in

Waarom je niet meer zonder USB-C kan

Misschien heb je er nog nooit van gehoord. Maar als je over een recente Apple MacBook of MacBook Pro, Nintendo Switch, Google Pixel of Samsung Galaxy beschikt, maak je er al gebruik van: USB-C.

Deze nieuwste variant van het aloude USB-protocol wordt langzaam maar zeker de standaard. Ook als je niet over één van bovengenoemde apparaten beschikt, is dat goed nieuws.

Wacht even. USB?

USB (voluit Universal Serial Bus), een verbindingsstandaard die breed gebruikt wordt om devices met computers te verbinden. Sluit je bijvoorbeeld je smartphone aan op je laptop, dan doe je dat via USB. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor een webcam, of een externe harde schijf. USB wordt gebruikt voor twee doeleinden: energie- en dataoverdracht.

Akkoord. Maar als er USB-C is, is er dan ook USB-A en USB-B?

Jazeker. USB-A en –B zijn de twee eerdere varianten. USB-A zal je zeker kennen: deze rechthoekige poort zit in nagenoeg elke pc of laptop ingebouwd, vrijwel elke smartphone wordt geleverd met een kabel met rechthoekig uiteinde die daarop past. De kans dat je USB-B wel eens hebt gezien is minstens net zo groot: het is een verzamelnaam is voor alle andere USB-soorten. Dus mini-USB, maar ook de vierkante aansluiting die voor bijvoorbeeld veel printers wordt gebruikt.

Maar A en B voldeden niet meer?

USB-A en –B zien er al twintig jaar hetzelfde uit, maar dat wil niet zeggen dat er op softwarematig vlak niets is veranderd. Integendeel: elke paar jaar werd het overdrachtsprotocol sneller. Waar USB 1.1 nog twaalf MB per seconde kon verplaatsen en 2,5 volt aan 500 milliampère leverde, is dat tegenwoordig met USB 3.1 opgehoogd naar wel 10 GB per seconde en 20 volt en vijf ampère – nogal een verschil.

Dat klinkt best bij de tijd! Waarom is er nu dan toch USB-C?

Om de doodeenvoudige reden dat we er al bijna twintig jaar gebruik van maken. Toen USB-A in 1998 werd geïntroduceerd, was het een kleine en robuuste poort, maar de tijden zijn veranderd. Devices worden steeds platter en gestroomlijnder vormgegeven. Er is minder ruimte voor poorten. Bovendien willen we er ook steeds meer mee kunnen. Is het dan niet handig als er meer met één poort kan?

Heel handig! Wat allemaal?

Nog steeds blijven energie- en bestandsoverdracht de belangrijkste functies. Maar USB-C-poorten zijn niet alleen robuuster, ze beschikken over nog meer capaciteit. Dat betekent dat bijvoorbeeld ook batterijen van laptops voortaan via USB-C kunnen worden opgeladen. Dat scheelt computerbouwers weer een specifieke poort, wat ruimte overlaat voor meer batterij, of grotere speakers. Maar USB-C kent ook nieuwe functies: zo is de aansluiting krachtig genoeg om beeld in 4K door te geven.

Dat ruimt lekker op!

Dat vinden wij nou ook. Zeker wanneer je je bedenkt dat USB-C ook het allegaartje aan verschillende kabels dat onder de noemer USB-B valt, gaat vervangen. Alles via één soort kabel en één soort poort, dus.

Moet ik dan al afscheid nemen van al mijn USB-A en –B-kabeltjes?

Nee hoor, geen zorgen – voorlopig nog niet. Hoe graag sommige fabrikanten het ook zouden willen, hebben we nog wel even te gaan voor we écht massaal op USB-C overstappen. Sommige merken zijn er al wat verder in dan andere. Dus: koop je een recente MacBook of MacBook Pro, dan zal je verloopstukjes nodig hebben.

Duidelijk. Moet ik verder nog wat weten?

Zouden we toch bijna het allergrootste voordeel vergeten: USB-C-stekkers kennen geen onder- of bovenkant. Met andere woorden: nooit meer op de tast rommelen – inpluggen en klaar is Kees. Als dat geen vooruitgang is, weten wij het ook niet meer!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Sport veilig in het verkeer: houd je oren open

Dutch Comic Con – 110% Popcultuur Beleving