Tegelijkertijd gebruiken we ongemerkt steeds meer data, bijvoorbeeld door automatische updates, apps op de achtergrond en streaming in hoge kwaliteit. Hierdoor is het niet vreemd dat veel mensen hun verbruik onderschatten en sneller door hun bundel heen zijn dan verwacht.
Een video kijken, een foto doorsturen of Google Maps gebruiken om je naar je bestemming te navigeren: het voelt allemaal vanzelfsprekend. Maar juist dat onzichtbare en constante gebruik kan leiden tot wat ook wel ‘datastress’ wordt genoemd, de onzekerheid en frustratie wanneer je databundel sneller opraakt dan je had gedacht.
Waarom onderschatten we ons dataverbruik?
Een belangrijke reden dat dataverbruik wordt onderschat is dat veel data wordt verbruikt buiten het zicht van de gebruiker via automatische updates, cloud-synchronisatie en apps die op de achtergrond actief blijven. In onderzoek van Ofcom naar onverwachte rekeningen blijkt bijvoorbeeld dat consumenten data kunnen verbruiken zonder dat hun gebruikspatroon verandert.
De OECD (Organisation for Economic Co-operation and Development) toonde in 2023 aan dat mobiel datagebruik per abonnement in OECD-landen in één jaar met 28% groeide, van 10,2 GB naar 13 GB per maand. Het verhoogde gebruik is ook terug te zien in landelijke cijfers. In Q2 van 2024 werd in Nederland namelijk een record gemeten van 597 miljoen gigabyte mobiele data in één kwartaal. Dit stijgende maandelijkse verbruik is een belangrijke basis voor het gevoel van consumenten dat hun data te snel opgaat.
Waar komt datastress vandaan?
Datastress ontstaat deels omdat het referentiekader van gebruikers achterloopt: wat ‘veel’ was in 2020, is nu gemiddeld. Snellere netwerken (4G en 5G) maken dataverbruik daarnaast minder voelbaar. Video’s laden direct, apps verversen continu en streamen op hoge kwaliteit is steeds makkelijker. Deze standaard verhoogt het comfort, maar ook het internetverbruik, wat verklaart dat we over het algemeen meer data zijn gaan gebruiken.
Welk dataverbruik is normaal?
Wat ‘normaal dataverbruik’ wordt gezien, verschilt sterk per context. Onderzoek van het Amerikaanse Pew Research Center benadrukt bijvoorbeeld dat leeftijd, werk, reisgedrag en toegang tot wifi zorgen voor de grootste verschillen tussen gebruikers:
- Mensen die veel onderweg zijn gebruiken structureel meer mobiele data.
- Jongere gebruikers verbruiken gemiddeld meer data door het streamen van video’s en het gebruiken van social media.
- Mensen met onbeperkte of grote bundels letten minder op verbruik.
Wat kun je doen tegen datastress?
Datastress is dus een logisch gevolg van een wereld waarin mobiel internet steeds centraler staat. Door beter inzicht, bewust gebruik en een databundel die past bij het eigen gedrag, kunnen gebruikers datastress verminderen. Gebruikers kunnen hun dataverbruik in de gaten houden, waarschuwingen instellen en zware content via wifi gebruiken om data te besparen. Voor wie veel onderweg is of afhankelijk is van mobiel internet voor werk of dagelijks gebruik, is besparen alleen niet genoeg. Dan kun je het beste kiezen voor een grotere databundel en zo datastress voorkomen.
Meer informatie over datastress
Meer achtergrondinformatie over de ontwikkeling van mobiel datagebruik en datastress valt te lezen in het volledige onderzoeksartikel over datastress van Simyo.
