Dat roept de vraag op of gemak ons niet te ver doorslaat. Die zorg is begrijpelijk, maar mist de kern van het probleem.
Technologie maakt mensen niet automatisch passief. Het verplaatst inspanning. Wat vroeger tijd en moeite kostte, gaat nu sneller. Dat is geen achteruitgang, maar vooruitgang – mits we weten hoe we ermee omgaan. In het onderwijs zien we bijvoorbeeld dat steeds meer jongeren AI gebruiken om beter te leren, informatie te structureren of nieuwe ideeën te ontwikkelen. Dat vraagt juist om initiatief en kritisch denkvermogen.
Het echte probleem ontstaat wanneer technologie gedachteloos wordt ingezet. Zonder duidelijke kaders leren jongeren niet wanneer AI een hulpmiddel is en wanneer het belangrijk is om zelf na te denken. Dan ontstaat afhankelijkheid. Niet omdat technologie te slim is, maar omdat wij nalaten om digitale vaardigheden en verantwoordelijk gebruik mee te geven.
De oplossing ligt daarom niet in het afremmen van technologische ontwikkeling, maar in betere begeleiding. Ouders en scholen moeten jongeren actief leren hoe ze technologie bewust gebruiken: wanneer het helpt, wanneer het hindert en wat de gevolgen zijn van overmatig gemak. Digitale geletterdheid is net zo belangrijk geworden als lezen en schrijven.
Die verantwoordelijkheid kan niet worden uitgesteld. Technologie ontwikkelt zich razendsnel en zonder duidelijke richting groeit de kloof tussen mogelijkheden en vaardigheden. Als we nu geen keuzes maken, riskeren we inderdaad een generatie die minder initiatief toont – niet door technologie zelf, maar door het gebrek aan opvoeding en educatie eromheen. Technologie is geen bedreiging voor initiatief. Onbewust gebruik wel.

